column 3


ABBA Vader.

Kor4; 3 Maar het betekent zeer weinig voor mij ( Paulus) dat ik door u beoordeeld word of door enig menselijk oordeel. Ja, ik beoordeel ook mijzelf niet. Want ik ben mij van niets bewust, maar daardoor ben ik nog niet gerechtvaardigd. Wie mij echter beoordeelt, is de Heere.

Oordeel daarom niets vóór de tijd, totdat de Heere komt. Hij zal ook wat in de duisternis verborgen is aan het licht brengen, en de voornemens van het hart openbaar maken. En dan zal ieder van God lof ontvangen.

Met de woorden van Paulus in mijn gedachten, spring ik op de fiets op weg naar het verzorgingstehuis. Paulus legt grotendeels de lat hoog maar oordeelt niet over zichzelf. In mijn hoofd blijft de grammofoon plaat vol kritiek vaak hangen: "Heer laat me door de vuurproef komen". 1 Korintiërs 3.

In de woongroep van het verzorgingstehuis haal ik een vrouw op voor de zangdienst van vanmorgen. Ze heeft een weerbarstige bui. "Niet zo hard praten ", is haar reactie op mijn "Goede morgen".

Naast haar knoeit een man met zijn vla, met trillende handen veegt hij de vla nog meer uit over zijn blouse. "Je lijkt wel een klein kind, vies peuk", zegt de vrouw. Smekend grijpt ze mijn hand "Haal me weg bij deze vreselijke mensen ".

Ik duw haar rolstoel door meerdere gangen op weg naar de kerkzaal. Ze herkend het niet meer en roept vijandig "Waar neem je me mee naar toe, snotneus".

"Als u stil bent hoort u het orgel al spelen" reageer ik zoetjes. In de aula geef ik haar, haar vaste plek. "Ow Nee', zegt ze resoluut" Naast hem ga ik niet zitten, dat is een uitermate onvriendelijke man ".

De man kijkt opgelucht en wuift een' ga weg met haar 'teken. Een dame iets verder op tikt driftig op de tafel, ze wil kennelijk een vriendinnetje', dus rijdt ik naar haar toe. "Nee, naast haar ga ik ook niet zitten, die is niet te vertrouwen", zegt mijn mensje waar ik steeds meer moeite mee krijg.

Ik zet haar vlak bij het orgel ook al gilt ze "Nee ik kan niet tegen dit zon licht".

Het orgel begint te spelen. "Jij moet sneller spelen" commandeert ze de organist toe. Ik sla het psalm boekje voor haar open, maar ze slaat hem driftig dicht. "Ik ken alles uit mijn hoofd hoor". De mensen om haar heen veranderen in angstige hoopjes.

Ik had altijd, misschien naïef, gedacht dat ons christelijke gedrag gewaarborgd was ondanks deze ziekte.

Door haar onrust is onze tafel angstig stil tijdens het zingen des te luider zingt zij nu

Ik wordt uit mijn gedachten gehaald door het orgel en de boze mevrouw die vol tranen met milde stem zingt : "ABBA vader U alleen, U behoor ik toe". 'Tranen biggelen over haar wangen.

Kalm en rustig pakt ze mijn hand "Mooi he, de liefde van de Vader".

Ja! Groot is zijn genade voor ons mensen niet te beseffen. Onze identiteit in Jezus staat vast, niets kan ons scheiden van Zijn liefde. ( Romeinen 8)

En omdat u zijn kinderen bent, heeft God ons de Geest van zijn Zoon gegeven, die 'Abba, Vader' roept. Galaten 4:6.



Meneer de Vries

"Gaat u mee zingen?"Even verstoren we het programma door de mensen uit hun vertrouwde huiskamertje te halen.

Vaak zie je een gezicht van opluchting wanneer de mensen de aula herkennen en begrijpen dat daar gezongen wordt. Een week later is weer diezelfde spanning: "Waar gaan we eigenlijk naar toe?"

Ouderdom heeft alles met overgave te maken. Niet met een klein rimpeltje maar met vele fases van loslaten.

Als we de zaal inlopen, hangt zijn kin op zijn borst. Ik veeg zijn neus af die vol vla en snotjes zit. Hij glimlacht. Hij zegt dat hij het niet leuk vindt dat zijn benen het niet meer doen.

Tijdens de liederen steekt hij zijn duim op naar mij. Steeds hetzelfde gebaar: 'zie je me?' Ik steek mijn duim omhoog als beaming.

Toen meneer de Vries hier net kwam wonen, kon hij nog achter de rollator lopen maar die fase ging al snel over naar de rolstoel. Hij wilde per se zelf de wielen laten draaien. Maar ook daar werden zijn armen te slap voor. Toen wilde hij op zijn minst zijn eigen koffie drinken. Maar zijn blouse werd daar zo vies van. De slab vond hij verschrikkelijk.

Ik zag hem kleuren toen de zuster hem zijn vla gaf. Maar zelf doen lukte echt niet meer. Meneer de Vries heeft ze allemaal op een rij en toch weer niet helemaal.

Als ik zijn kin optil, kijkt hij me glunderend aan en toch zie ik verdriet. Wanneer ik naast hem ga zitten, voel ik me een barbiepop; hij blijft mijn blonde haren aaien.

"Je bent zo mooi, zo lief en zacht," vertelt hij me, terwijl ik niet weet waar ik kijken moet.

Ik heb medelijden en respect en zou niet weten hoe ik hem dit duidelijk kan maken. Ik laat zijn liefdesgebaar toe, dit is tenslotte het doel van ons bestaan.

Meneer de Vries kan niets meer, zoveel. Alhoewel,....

Hij is een zorgzaam vaderfiguur; je voelt je volledig geaccepteerd en thuis. Dat is zeker niet niets .Dat kunnen de meeste mensen niet. Ik waan me in zijn liefde , niet als een emotioneel afhankelijk leeg Barbie popje, maar omdat ik spiritueel geloof in de macht van de liefde. Liefde is geen luchtige vergankelijke energie waar je recht op hebt wanneer je die energie geeft. Liefde is een persoon die je krijgt onverdiend. God is liefde. Onvergankelijk, eeuwigdurend, meer dan energie , het is de levensadem van de mens.

Jezus gaf zich volledig over aan Zijn liefde voor ons.

Niets meer kunnen zijn en hoeven zijn. Geen uiterlijkheden om meer te presenteren tot voldoening van de maatschappij. Maar jezelf overgeven in de liefde zodat je alles waard bent voor een liefdevolle samenleving.

Er is geen roos zonder doorn, er is geen leven zonder de kunst van het lijden onder de knie te hebben gekregen. lijden en lief hebben moet je leren.

Meneer de Vries noemt me zijn engeltje aan zijn bedrand. Oké oké, dat kan wat vreemd over komen. Maar dit beeld bevalt mij prima, en zo'n wijze oude man weet heus wel dat ik niet altijd lief ben.

En waarom alles op aarde benoemen of uitpluizen terwijl we hier op aarde hemelse momentjes mogen delen zonder woorden. Mijn leven bestond best veel uit lijden en qua karaktervorming heb ik genoeg monsterlijk materiaal, dat gooi ik graag overboord.

Meneer de Vries is bedlegerig geworden. De fase van rollator en rolstoel is voorbij, hij gaat met een paar dagen sterven en ik ben nu heel graag zijn engel. Hij drinkt en eet niet meer.

" Mijn engel", zegt hij en aait me nog een keer over mijn haar . Ik pak zijn hand en we laten een traan. Hij heeft een droge keel, met moeite perst hij zijn woorden er uit.

"Dat ik ga sterven is geen lijden". "Dat mijn kinderen niet geloven dat is mijn grootste lijden ".

Meneer de Vries slaat de spijker op zijn kop. Het je niet kunnen overgeven aan liefde , aan God, dat is het grootste lijden in dit korte leven.



Samen in de naam van Jezus.

In de vele gesprekken met mijn zwaar gelovige oma leek mijn geloof niet serieus genomen. Mijn belevingen werden simplistisch afgedaan als bedrieglijke gevoelens.

Mijn zoeken was een gruwel volgens haar, tenslotte had ik te danken want Hij zocht mij. Ik moest Leven volgens de Bijbelse regels of ik nu wel of niet was uitverkoren.

Oma had een duidelijke poster in haar huis van de brede en de smalle weg. Geen discussie mogelijk en zei ze streng "Zie je christy er is geen weggetje van de kroeg naar de hemel".

" Hoe kunnen jullie denken God een plezier te doen met die herrie ", zei ze vol tranen, wanneer we onze muziek smaak bespraken. Ik wilde niet naar haar hemel waar ik elke dag orgel muziek hoorde en moest luisteren naar lange monologen van een dominee. Want volgens haar was de hemel een eeuwige kerkdienst en dan wel de zwaar gereformeerde.

Ik wilde mijn lieve oma met een hart van goud niet kwetsen toen ik haar dan toch vertelde dat ik me als volwassene liet dopen. "overdopen", corrigeerde ze me. "Mijn eerste doop", bekte ik terug. Geen bek groot genoeg voor de tranen van oma. Ze huilde "je slaat God recht in het gezicht en kwetst hem diep in Zijn hart zo kan ik niet meer jou oma zijn". Ze trok haar handen van me af.

In het verzorgingstehuis zijn er vele schattige omaatjes die vast net zo denken als de mijne. Zolang ik mijn mond houd over de doop ben ik in hun ogen een engel van goud.

Om de eenheid te bewaren ga ik geen discussie aan en zing met alle klanken mee. Opwekking, psalmen, gezangen en Johan de Heer.

Na het zanguurtje drinken we koffie en is daar ineens een discussie over de baby besprenkeling en de onderdompeling op getuigenis.

Wijselijk houdt ik mijn mond en eet in kalmte mijn koffie koekje.

Dan stoot de organist me aan "jij bent wel erg stil, je hebt je vast laten over dopen ". Betrapt ze me.

Ik zeg eerlijk "Ja en Amen"!

Haar kalmte veranderd in boze tranen en haar handen die net een uur orgel speelden geven me een klap.

En dat terwijl we als laatste lied net nog zongen:


Samen in de naam van Jezus heffen wij een loflied aan, ·want de Geest spreekt alle talen en doet ons elkaar verstaan.

Samen.