column 1


T' Hijgend hert.

Serieus en echt gemeend zong ik in de kerkbanken mee met psalm 42. Het verlangen van mijn hart "Ja mijn ziel dorst naar de Heer".

Al moet ik eerlijk zeggen dat dit hertje ook het eigen genot zocht en in de zoektocht naar God niet de juiste prioriteiten stelde. Het ene moment ging ik uit tot diep in de nacht al bevestiging zoekend bij de mannen. Het volgende moment zwaaide ik in evangelische kringen smachtend met mijn armen in de lucht. In mijn puberale en adolescente jaren had ik niet zoveel geduld en zelfbeheersing.

Ik was in elkaar gekreukeld en wilde graag door God glad gestreken worden. Het liefst snel en pijnloos. De instant oplossing, hier en nu, zoals het vaak in de evangelische kringen wordt beloofd.

In deze kringen was ruimte voor emotie en de zoektocht naar herstel. Ik zocht naar levend water, verkwikking voor mijn ziel.

Samen met mijn vriendin zochten we via deze route contact met God. We stonden open en waren jong, naïef en kneedbaar. Bij haast iedere oproep ging onze hand omhoog of liepen we naar voren voor gebed.

Waarom bleven er mensen staan? Wilde niet iedereen zo dicht mogelijk bij God komen?

Bij mijn vriendin 'lukte' de gebeden. Ze was enthousiast en blij. Ze ging uren bidden met andere jongeren en had het erover dat ze bij Jezus op schoot zat.

Ik voelde me afgewezen, want bij mij gebeurde er niets anders dan dat ik me angstig en ellendig voelde. Iedere keer wanneer gebed mijn brokstukken aanraakte, viel ik nog dieper uiteen. Thuis kon ik mijzelf niet eens bij elkaar rapen. Ik snapte werkelijk niets van dit herstel proces.

Mijn vriendin vond de aanraking van Jezus heerlijk terwijl ik doodsbang werd van nabijheid en liefde. Ik wist niet eens of de liefde betrouwbaar was, ik kon er niets mee. Terwijl zij naar de kerk ging, ging ik toch liever uit. Die vrolijkheid begreep ik namelijk wel en was een stuk minder eng. Mijn beste vriendin en ik groeiden uit elkaar.

Terwijl zij het had over drinken van de levensbron verzoop ik nog steeds in allerlei vragen.

Maar ondanks dat het mij niet lukte om dichter bi te komen kwam God wel dichter bij mij. Op een nacht voelde ik Zijn hand op mij en hoorde ik een zachte stem "Ik ben bij je en Ik zie je ".

God s identiteit is De herder die blijft zoeken naar zijn schaapje. Hij zag mijn dorst en zag dat het mij niet lukte om Hem te vinden. De goede Herder verzorgd de wonden op een rustige manier. Ook wanneer dit niet snel gaat, Hij heeft engelengeduld met ons.

Het herstel hoeft niet snel te gaan. Hij weet dat een wond zo diep kan zitten dat het alle tijd nodig heeft om te herstellen. Stapje voor stapje aan Zijn hand mag ik me leren overgeven aan Zijn veilige liefde.

Efeziërs 3:16-17

Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest lijft in de liefde



Verscheurd muisje

Als ik naar de praktijk van mijn dagelijks leven kijk, ben ik wel eens onzeker. Het beeld dat ik nastreef is te worden zoals Jezus. Vaak ervaar ik dit als een gefaald idealistisch plan. De lieflijke nederigheid van Jezus, die niet kattig of woest werd toenzij hem onrecht aandeden is bij mij ver te zoeken. Jezus heeft een lange adem en ik een kort lontje.

Limonade die over de vloer gaat. Vieze voeten op de net gedweilde vloer. Manlief die de verkeerde boodschappen doet. Na een paar keer slikken, ontplof ik . We zijn verlost van de macht van de zonde, toch strijd ik er dagelijks tegen .Wat is de sleutel?

Ik kijk op de grond en zie een verscheurd speelgoedmuisje van Ian liggen. Het is al het derde speelgoedmuisje datnu in stukken in de hondenmand ligt. Hoe vertel ik Ian dit? Ik verplaats me in het hartverscheurende verlies en breng voorzichtig het nieuws. "Ian, Balou ( onze hond) heeft alweer een muisje kapot gemaakt. "Instinctief vlucht Balou al naar de hondenmand, wanneer ik het kapotte muisje laat zien aan Ian.

Ian rent achter de hond aan. Ik bedenk me dat ik snel moet ingrijpen voordat de ontoerekeningsvatbare hond een te grote straf wordt aangerekend.

Dan zie ik de hond opgetild als een baby liggen in de armen van Ian. De hond wordt overladen met knuffels en kusjes. "Wat heb ik gemist?", denk ik bij mijzelf.

"Ben je niet boos ?" vraag ik totaal verbaasd. "Nee hoor, mama.", zegt zoonlief.

"Waarom niet?", vraagt mijn aardse gezindheid . Dan beantwoordt hij deze dwaze vraagmet de sleutel van de hoogste wijsheid en waarheid: "Omdat ik van Balou hou." Ian is Balou zeer genadig! Rustig en beheerst zegt hij: "Balou, dit speelgoedmuisje is voor poesjes en jij bent een hondje." Maar dat weet je niet, hé ?"

Wat kan ik veel leren van mijn lieve schat. Wat een grote vergevingsgezindheid. De boodschap komt binnen. Zo kijkt God nu ook naar mij. Met de gezindheid van Christus vol van Gods genade.

Het lukt je niet, hé want je bent Jezus niet. Je bent een mensje en daarom hou ik zo van je !

"Dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden." (Matteüs 26:28).



De zoute zee.

Zonder schaamte geeft David in zijn psalmen ons een kijkje in zijn gevoelens en zo zijn kijk op God.

Van de ferme rationele uitspraken over hoop tot en met de wanhopige gevoelens die zijn Godsbeeld aantasten. "Waar is mijn redder in nood? "

(Jakobus 1;6 Als je God om wijsheid vraagt geloof dan ook dat je die krijgt . Twijfel daar niet aan. Iemand die soms wel of soms niet gelooft , is net als de golven op de zee. Die worden door de wind soms de ene kant opgeblazen en dan weer de andere kant.)

Ik geloof in de opgestane Heer, maar omdat ik een ander verwachtingspatroon had over ziekte en herstel klotsen die golven wel eens flink tegen mijn vertrouwen aan.

Zo ging ik tijdens onze vakantie aan zee naar de kapper. In een nieuwe omgeving reageer ik als een neuroot . Ik wil alles onder controle hebben. Mijn man moet nog even weg terwijl ik bij de kapper zit en in mij voel ik de paniek al opborrelen. Ik heb niets bij me. Geen handtas, portemonnee, mobiel en zelfs geen adres van de camping. Mijn lichaam wordt warm en ik vertel de kapster maar gewoon hoe het zit: ""Help, ik raak in paniek!". In mijn gedachten roep ik God aan: "Tienduizend maal help !!"

"Alsof het zo moest zijn ", zegt de kapster. Ze stopt met knippen en vertelt me dat haar dochter vanwege een paniekstoornis bij huis zit. We praten over het onbegrip waar we tegen aan lopen. Alsof je tegen iemand in een rolstoel zou zeggen "Nou, na tien jaar mag je onderhand wel eens gaan lopen! " Bij mensen met een psychische ziekte wordt toch getwijfeld aan de eigen inzet.

Pas wanneer mijn man weer de kapsalon binnenkomt trekt de stress-mist op.

Angst zorgt er voor dat ik aan de grond genageld ben met mijn lichaam en geest, ondanks dat ik weet dat mijn ziel vastgenageld is op Heilige grond.

Op het strand aangekomen beschrijf ik aan de zee mijn gevoel:

"Zomaar uit het niets, terwijl de kust zo veilig leek, steekt de storm op.

Golven van angst overspoelen mijn innerlijke rust. Het wegduwen van de paniekgolf werkt averechts. Met nog meer kracht drukt de volgende golf mijn verzopen zelfvertrouwen naar beneden .

Het laatste beetje spat uiteen. Angstig kijk ik omhoog: "God van de hemel, God van de zee, trek mij omhoog. Wees mijn reddingsboei, mijn baken van rust."

Er is geen vuiltje aan de strak blauwe hemel. De storm bestaat alleen binnen in mij".

Ondanks de strijd tussen geest, verstand en gevoel hebben we vertrouwen te leren tot dat we bij onze veilige haven zijn uitgekomen

Na het schrijven open ik de Bijbelse dag tekst van die dag:

Jesaja 51: 15 Ik, de Heer, jullie God, die de zee opzweep, zodat de golven bruisen. Wiens naam is Heer van de hemelse machten, ik leg je mijn woorden in de mond en bescherm je met de schaduw van mijn hand, ik die de hemel geplant heb en de aarde gegrondvest, die tegen Sion zegt: Mijn volk ben jij.

Mijn gevoel komt net als in Davids psalmen niet altijd mee , tot mag ik zingen "Heer U bent mijn veilige baken te midden van de woeste stormen in mijn gevoels- leven "


Al je haren zijn geteld.

Mattheus 10: 29; Geen enkele mus valt op de grond, zonder dat je hemelse Vader er van weet. En Wat kost nu een mus? Bijna niets. Zelfs de haren op je hoofd zijn geteld. Maak je dus geen zorgen, je bent voor God veel meer waard dan een zwerm mussen.

Wanneer je deze Bijbeltekst lees, lijkt het alsof je hier op aarde altijd een veilig bedje hebt. Deze bemoedigende woorden staat te midden van een context aan waarschuwingen. De realiteit van het christen leven. Mattheus 10; " De mensen zullen jullie lichaam doden, maar niet je ziel, omdat je bij Jezus hoort.

Jezus, vraagt hier Zijn volgelingen om voor Zijn naam op te komen en bemoedigd hen ziel. Jullie ziel is altijd veilig, in welke nare omstandigheden je je ook bevind. Voor ons aardse mensen, die heel primitief dagelijks bezig zijn met eten en drinken een hele opgave in het los laten.

Vertrouw maar 'gewoon' op God. Dat zeg je toch niet tegen iemand die naar de voedselbank moet gaan of tegen iemand die dakloos is.

Toch zegt God dat ook al denken wij zelf van niet, dat Hij ons leven prima in de peiling heeft. Zelfs al je haren zijn geteld, dus geef je maar over aan de Allerhoogste.

We praten over dit onderwerp in een groep mensen die een verleden en vaak nog een hier en nu, vol psychische problemen en verslavingen hebben. Sommigen uit de groep zijn zelfs ex-zwervers.

Een moeilijk onderwerp, vertrouwen in God blijven houden terwijl anderen je in de kou laten staan. Elkaar vertrouwen is sowieso iets zeer lastigs binnen deze groep mensen.

Velen hebben zich een hongerig musje gevoeld op zoek naar eten drinken en een warme slaapplaats.

Toch ontstaat er een mooi gesprek over de inwendige mens. Ondanks de strijd en het wantrouwen naar elkaar is er de gemeenschappelijke deler van ellende.

Ellende waar God niet verantwoordelijk voor is omdat je jezelf in de nesten gewerkt hebt. Vader God blijft hulp sturen doordat iemand op straat toch goed voor je bent, maar je moet zelf goede keuzes leren maken.

Een man in de groep stelt zich kwetsbaar op en verteld hoe negatief zijn ouders over hem waren. Hij snapte dat eigenlijk ook wel. Hij vond zichzelf ook maar een mislukt man. Zou Vader God hem wel op het oog hebben? Hij kan het zich niet voorstellen.

Pijnlijk zegt hij; "Er heeft nog nooit iemand tegen mij gezegd, ik hou van jou ". Op mijn begrafenis zal niemand komen, ik ben voor niemand belangrijk.

Na een breekbare stilte staat een deelnemer op, loopt naar de man en omhelst hem; "ik hou van je, broeder ", zegt hij.

Hier wordt zijn innerlijke mens bemoedigd. Hij wordt gezien. Dan staat de volgende in de groep op, loopt naar de man en ook hij omhelst hem. De rest van de groep volgt.

De man straalt eten drinken onderdak, het maakt allemaal even niets meer uit. Hij wordt omringt met de veiligheid van liefde. God ziet hem, zijn haren zijn geteld. Hij gelooft dat dit een wonder van God is.

De Bijbeltekst wordt in de praktijk gebracht. Door middel van Gods liefde vinden wij mensen voeding en onderdak voor onze ziel.


Geldverspilling

Geld moet niet een te grote belasting op je leven leggen. Letterlijk en figuurlijk dan. Hoe onbelangrijk dit broodnodige materiaal ook is. Net als iedere' rijke'westerse wil ik de balans zoeken, al is de maatstaf subjectief. Geld maakt wel degelijk het leven draagbaar. Geluk staat los van geld maar vaak wel in verbinding. Het feit dat ik niet super strak vast gepind zit aan een week budget, maakt dat ik me super rijk voel. Er bestaan genoeg mensen die niets extra's kunne doen.

Ik doe aan periodiek budgetteren. Met ons gezinnetje boeken we een weekend je weg. Lekker luxe. Om de financiën in balans te houden haal ik braaf de van thuis gesmeerde boterhammetjes met te warme kleffe kaas uit de zwemtas.

Ons tafeltje staat verleidelijk dichtbij de patat kraam. We zijn alle drie niet immuun voor deze zalige ongezonde lucht. Bedelend kijkt onze zoon van de patat kraam en dan richting ons.

Zoveel mensen hebben honger denk ik bezwaard terwijl ik onze kleffe broodjes weg gooi en toch patat haal. Na de patat ben ik de drempel over en haal ik koffie voor ons en een ijsje voor onze zoon.

Ik voel me schuldig en kan niet erg genieten terwijl ik mijn zoon heerlijk van zijn ijsje zie genieten. Ik leef hier in het meestal luxe westen en ja, daar kan ik me schuldig over voelen.

Zou God willen dat ik hier ieder mogelijke cent bespaar en zo misschien wel het leven van een ander kan redden? Eigenlijk leef ik als christen niet in de deugd van armoede. De eerste gemeenten, de eerste kloosters deelden als hun materie. Niets is eigenlijk van jezelf. De wereld zit vol broeders en zusters die in armoede leven. Misschien noemen wij modaal wat volgens de Bijbel allang niet meer door het oog van de naald past. Ik vergelijk mijn financiën met miljoenenjachten. Misschien denk ik wel helemaal verkeerd en mag ik niet leven in zoveel overvloed. Hadden we eigenlijk wel een hypotheek mogen nemen? Wees niemand iets schuldig was het toch.

"Schatje, wat ben je stil, is de koffie niet lekker"? vraagt mijn man.

"Ik zit mijzelf weer eens te kastijden". Biecht ik op. Onze zoon heeft het blauwe papiertje van het ijsje in piep kleine stukjes gescheurd. Het hele dienblad ligt bezaaid.

Heerlijk, gewoon genieten van wat je hebt, wat een rijkdom. Hij rent weg naar het zwembad en mijn man loopt er snel achteraan. "Ik doe de afwas wel ", zeg ik en loop met het dienblad naar de afval bak.

"Ik ga nu genieten, anders heb ik ook niets "spreek ik mijzelf toe.

Met een glimlach zie ik de blauwe papiertjes de vuilnis bak in dansen. Klingeling", hoor ik, terwijl acht euro aan wisselgeld verdwijnt.

De vrijheid om te mogen genieten is gratis, maar deze leren grijpen kost wel wat.